5. ENERGIE-EFFICIËNTIE

5.1 EnEV

De eisen die aan de energetische kwaliteit van nieuwe gebouwen en aan de modernisering van oude gebouwen worden gesteld, zijn gedefinieerd in de Duitse energiebesparingsverordening (EnEV). Na meerdere wijzigingen sinds de inwerkingtreding van de EnEV moet deze verordening vanaf 2019 vervangen worden door de GebäudeEnergieGesetz (energiewetgeving voor gebouwen) GEG 2019. Tot de definitieve bekrachtiging daarvan is de laatste versie van de EnEV geldig. Het doel is om het energieverbruik voor gebouwen binnen het jaar 2021 te verlagen naar lage energienormen, bij openbare gebouwen al vanaf 2019. Als berekeningsmethode voor de energetische beoordeling gebruikt de EnEV de DIN V 18599 (zie par. 5.2.).

5.2 DIN V 18599

In de Duitse norm DIN V 18599 'Energieprestatie van gebouwen - Berekening van de netto, uiteindelijke en primaire energiebehoefte voor verwarming, koeling, ventilatie, warm water en verlichting' wordt de energiebehoefte voor verlichtingsdoeleinden in de context van de totale energieprestaties van gebouwen behandeld. De gebouwen worden hierbij ingedeeld in energetische zones, waarbij elke zone een gebruiksprofiel krijgt toegewezen. Voor de berekeningsmethoden wordt bij de norm zowel van eenvoudige tabellen als van gedetailleerde technische plannen uitgegaan.

5.3 ENERGIE-AUDIT

Sinds de wijziging van de Wet op energiediensten (EDL-G) zijn energie-audits volgens EN 16247-1 sinds december 2015 verplicht voor alle commerciële ondernemingen. Uitgezonderd hiervan zijn alleen kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en bedrijven met een eigen energiebeheersysteem volgens ISO 50001. Bij de audit wordt ten minste 90% van het totale energieverbruik geregistreerd en worden mogelijke besparingen voorgesteld. Herhaalde audits zijn wettelijk verplicht, uiterlijk 4 jaar na de voorafgaande audit.

5.4 EIGENTIJDSE VERLICHTINGSSYSTEMEN

Om aan de groeiende vraag naar energie-efficiëntie te voldoen, moeten verlichtingssystemen vanuit energetisch oogpunt worden geoptimaliseerd. Dit betreft zowel gerenoveerde oude installaties als nieuw-geïnstalleerde verlichtingssystemen.

De daarbij te behandelende onderdelen zijn:

  • Lichtmiddelen (vooral lichtopbrengst)
  • Bedrijfsapparatuur (voeding, wijze van ontsteking, standby-verliezen)
  • Lichttechniek van de armatuur (lichtrendement en lichtverdeling)
  • Verlichtingsbeheer (lichtregeling, aanwezigheidsdetectie)
  • Onderhoud (duurzaamheid, onderhoudsvriendelijkheid)

5.5 ENERGIEVERBRUIKSWAARDEN

Conform EU-verordening 874/2012 worden lampen en armaturen ingedeeld naar hun energieverbruikswaarden. Bij armaturen heeft deze markering betrekking op de eigenschappen van de lampen waarmee ze gebruikt worden. Daarbij komt de energie-efficiëntieklasse A++ overeen met de hoogste efficiëntie en de klasse E met de laagste efficiëntie. De in de catalogus aangegeven klassen hebben betrekking op verlichting in de lichtkleur 840 of 830. Bij armaturen met vervangbare lampen kunnen de efficiëntieklassen variëren, afhankelijk van de gebruikte lichtkleur.

Regiolux innovaties - mis niets!